De pers op bezoek

FIETSEN VOOR DUCHENNE

“Het is primitief, back to basic”

OIRSCHOT – Leonie van Baal fietst deze zomer met haar man Rob van Rijen the Great Divide, 4400 kilometer dwars door Amerika op grotendeels onverharde wegen. Ze doet dit voor zichzelf en om geld op te halen voor onderzoek naar de levensbedreigende spierziekte Duchenne.

Midlife crisis

Zittend aan de keukentafel omschrijft de brunette zichzelf als trouw maar geen allemansvriend. Verborgen onder haar halflange coupe heeft ze acht zilveren ringetjes in ieder oor. Ze is lang en vlot en vertelt bedachtzaam terwijl ze met een pen speelt. Haar bijnaam op het blog van haar beste vriendin is treffend: Moraal. “Ik ben erg eerlijk en kan niet tegen onrecht. Ik kan niets doen wat niet mag, ik gooi nog geen papiertje op de grond. Ik ga ver in wat ik doe voor anderen. Dat heb ik van thuis meegekregen, maar het zit ook in me.”

De tocht betekent veel voor Leonie. “Er hoeft niets, je kunt nadenken: wat wil ik nu eigenlijk? Wat doe ik voor anderen maar levert niets op? Het is een evaluatie van mijn eerste 38 levensjaren, een soort midlife crisis.” Leonie hoopt rust te vinden in de USA: “Ik zit nooit stil. Op zo’n tocht dwing ik mezelf om niets te doen. Het is primitief, back to basic. Zitten en kijken naar de natuur, dat doe je in Nederland nooit. Geen telefoon, Facebook, Twitter en het nieuws, dat vinden wij allebei the bomb.” Op eerdere reizen merkte Leonie hoe heilzaam fietsen voor haar relatie is: “We zijn op deze tocht echt met zijn tweeën, we hoeven alleen met elkaar rekening te houden. Ik ben zo blij met Rob, ik voel me goed bij hem. Wat er ook gebeurt, hij is er. Je bent echt samen, na de vakantie mis ik dat.“

Confronterend

Cody Stavorinus is een twaalfjarige jongen met Duchenne. Leonie kent hem van Duchenne Heroes, een ouderinitiatief dat geld ophaalt voor het onderzoek. “Als het even tegen zit denk ik gewoon aan Cody en de tegenslagen die hij heeft en dan fiets ik zo weer een stuk verder. Het geeft een goed gevoel dat je het niet alleen voor jezelf doet. Al die kinderen hebben een probleem met hun spieren en ik gebruik mijn spieren voor hen, dat maakt het wel bijzonder.” Leonie is manager, ze werkt sinds negentien jaar bij SWZ, een zorginstelling voor meervoudige gehandicapte kinderen en volwassenen in Son. Dat doet ze met veel plezier: “Het is mooi om bij te kunnen dragen aan het leven van iemand anders.” Vroeger verzorgde ze als verpleegkundige een jongen met Duchenne: “Ik denk nog vaak aan Andre (red: Andre overleed in 1997 aan Duchenne), met wie ik een goede band had. Als ik op de fiets zit straks komt hij regelmatig in mijn gedachten op. Het is heftig dat hij al die dingen die wij meemaken en gaaf en normaal vinden, niet mee kan maken. Cody is onze teamcaptain. Vorig jaar kon hij nog lopen, nu zit hij in een rolstoel. Je ziet de achteruitgang, dat is confronterend.”

Gewoon stinken

Leonie en Rob starten 2 juli in Banff, Canada, en hopen na tien weken peddelen in Antelope Wells op de grens van Amerika en Mexico aan te komen. Van de ijzige gletsjers in de Rocky Mountains naar het brandende woestijnzand in New Mexico, door prairies, valleien en gebergte, het wordt een imposante tocht. “We nemen alles mee op de fiets: tent, kookspullen, slaapgerei en kleding. We gaan wildkamperen in de natuur. Af en toe slapen we in een hotel om ons reisverslag via internet te updaten. Je bent aangewezen op jezelf, het geeft een kick als je je doel bereikt. Je bent een met de natuur. Wassen doen we in de wildernis gewoon met water uit meertjes en beekjes. Als er niets is dan was je je niet. Dat hoort er bij, gewoon stinken.”

Beren op de weg

Leonie’s grootste angst zijn de beren in de Rockies. “De kans bestaat dat we beren tegenkomen, dat is mijn grootste uitdaging. We doorkruisen in het noorden een groot gebied met beren. De eerste dagen verwacht ik er veel mee bezig te zijn maar daarna laat ik het wel los. De tassen voor op de fiets van Rob, daar zit het eten en de tandpasta in. Beren komen ook op lekkere luchtjes af dus je moet niet te fris ruiken maar dat zal na een paar dagen fietsen niet zo’n probleem zijn.” Ze pakt een boekje waarin ze op kan zoeken welke dieren hun sporen hebben achtergelaten. “Er zitten ook wolven en poema’s op onze route maar die zijn erg schuw. Bij beren moet je geluid maken, we hebben een berenbel als je door dicht bebost gebied rijdt, of je kunt zingen.”

Journalist: Suzie van Dijk


Plaats een reactie